Extra: Zelfstandigheid

Zelfstandigheid is in de eerste plaats goed voor de ontwikkeling van de autonomie van kinderen. Daarnaast geeft het de mogelijkheid om binnen de groep te differentiëren in de vorm van individuele hulp of het werken in een klein groepje. Dit is van belang om adaptief les te kunnen geven en elk kind de aandacht te geven die past bij zijn of haar eigen niveau.

Onderbouw

Zelfstandigheid bevordert de eigen verantwoordelijkheid van kinderen en geeft hen zelfvertrouwen. Kinderen worden gestimuleerd zelf te kiezen en initiatief te nemen. We leren leerlingen om te gaan met ‘uitgestelde aandacht’. Middels een gekleurde beer wordt bij de kleuters aangegeven of de juf wel of niet beschikbaar is voor vragen. Vanaf groep 3 kunnen kinderen met een blokje zelf aangeven of ze hulp nodig hebben, stil willen werken of open staan voor samenwerking. In de gangen van de school zijn een aantal ‘zelfstandig-werk-plekken’ gecreëerd voor kinderen die dit prettig vinden. Bij de kleuters en in groep 3 gebruiken we het plan- en het keuzebord. Vanaf groep 4 werken we met ‘gekoppelde taken‘ (twee taken na elkaar). Dit wordt uitgebouwd naar bijvoorbeeld een dag- of weektaak in de bovenbouw.

Bovenbouw

In de bovenbouw werken we met PWA-uren. PWA staat voor Parallel, Werken, Adaptief. Tijdens de PWA-uren werken bijvoorbeeld beide groepen 7 samen. De leerkrachten bepalen vooraf wie met welke groep aan de slag gaat. Zo kan er makkelijk op verschillende niveaus gewerkt worden of is het mogelijk te differentiëren. Voorbeelden zijn een groep kinderen die extra uitleg krijgen of extra lezen oefenen.

De maatschappij verandert en vraagt bepaalde vaardigheden van onze leerlingen en leerkrachten. Wij vinden het belangrijk om met de tijd mee te gaan en leerlingen een bepaalde mate van zelfstandigheid en bijbehorende vaardigheden mee te geven. Daarbij denken wij aan samenwerken, besluiten kunnen nemen, initiatief tonen, werken in projectgroepen, communicatievaardigheden, werken met digitale hulpmiddelen en creativiteit.

Leren in de 21steeeuw

Om ons onderwijs goed aan te laten sluiten bij de huidige maatschappij, zijn wij continu in ontwikkeling. We ‘Bouwen aan een Adaptieve School’ (BAS+). Dit houdt in dat we op een bepaalde manier georganiseerd zijn zodat adaptief werken en leren mogelijk worden. Elk kind is anders en heeft andere (leer)behoeften. Binnen adaptief onderwijs zoeken we naar manieren om te gaan met de verschillende behoeften van leerlingen. Hierbij zijn relatie, competentie en autonomie belangrijke basisbehoeften:

  • Kinderen leren dat het anderen interesseert wie je bent en wat je doet (relatie).
  • Kinderen hebben geloof en plezier in het eigen kunnen (competentie).
  • Kinderen leren onafhankelijk te zijn, zelf activiteiten uit te voeren, doelen na te streven en hierop te reflecteren (autonomie).

Engels

In alle groepen krijgen de kinderen Engelse les. In de groepen 1 tot en met 4 gaat het vooral om eenvoudige alledaagse onderwerpen als ‘woonomgeving’, ‘vrije tijd en hobby’s’, ‘het lichaam’, ‘eten en drinken’ en ‘de jaargetijden’. In de hogere groepen zijn de lessen gericht op de mondelinge communicatie en het lezen van eenvoudige teksten.